• Met behulp van röntgenstralen worden de bekende foto’s genomen van alle denkbare onderdelen van het lichaam. Daarbij wordt lucht ‘zwart’ afgebeeld en bijvoorbeeld bot ‘wit’. De organen hebben meestal een ‘grijze’ tint. Door opnamen in twee richtingen (loodrecht op elkaar) te maken kan een indruk worden verkregen over hoe het ‘3-D’ plaatje er uit ziet. Met behulp van contrastmiddelen kunnen we onder anderen het maag-darmkanaal of de urinewegen nog duidelijker zichtbaar maken. In plaats van de ouderwetse ‘foto’s’ gebruiken we tegenwoordig een zogenaamde fosforplaat die onder invloed van speciaal licht wordt ontwikkeld. De opname is vervolgens op een computerscherm te zien en zo nodig ‘bij te werken’. Kleinere versies van deze beelden worden in de patiëntenkaart opgeslagen, zodat we altijd kunnen zien welke foto's er wanneer van welke patiënt gemaakt zijn.