Artikel over Fluralaner, (dit zit o.a. in Bravecto)

Onderstaand artikel is afkomstig van de faculteit Diergeneeskunde.

Als u op onderstaande link klikt komt u bij het artikel uit. Deze tekst staat ook onder de link vermeld.
http://faculteitdierge.m12.mailplus.nl/genericservice/code/servlet/React?encId=aSq2FZuMTMGxPYG&id=37644323&command=ctlink

Bezorgdheid over werkzame stof fluralaner

In de (sociale) media en pers in Nederland doen sinds anderhalf jaar berichten de ronde dat dieren zouden overlijden aan antivlooien en -tekenmiddelen met de werkzame stof fluralaner, die onder andere voorkomt in het middel Bravecto®. We begrijpen dat hondenbezitters na gebruik van dit middel en het lezen van deze berichtgeving bezorgd zijn over de gezondheid van hun dier. Ook wij willen als dierenarts de beste zorg. Daarom nemen wij dit uiterst serieus.

Fluralaner is een middel tegen vlooien en teken dat drie maanden werkt na het toedienen van een tablet of druppels in de nek. Samen met collega’s van verschillende vakgebieden en via informatie van de beroepsvereniging KNMvD , hebben we een wetenschappelijke onderbouwing gezocht over mogelijk schadelijke effecten. In wetenschappelijke publicaties in peer-reviewed tijdschriften zijn geen ernstige schadelijke bijwerkingen te vinden over dit middel. Voor de registratie van het middel zijn uitgebreide onderzoeken verricht op het gebied van veiligheid en deze zijn in dit specifieke geval van Bravecto® zelfs meer dan gemiddeld gepubliceerd. “Het was voor mij een eye-opener om te zien dat een fabrikant zoveel van het registratieonderzoek heeft gepubliceerd. Dat zou ik wel vaker willen zien,” legt parasitoloog Paul Overgaauw uit. Als voorzitter van ESCCAP Europa heeft hij hier goed zicht op. “Inmiddels heeft de EMA, de Europese registratie autoriteit, een nieuwe evaluatie uitgebracht over Bravecto®, waarbij alle bijwerkingen uit Europa van het laatste jaar zijn meegenomen. Ook bij die evaluatie is geen wetenschappelijk verband gevonden.”

Diergeneesmiddelen worden uitgebreid getest, voordat ze op de markt worden toegelaten. Ondanks deze uitgebreide veiligheidstesten vooraf kunnen schadelijke effecten pas later aan het licht komen. Om een onomstotelijk verband te kunnen aan tonen tussen gebruik van het middel en het overlijden van dieren, is het noodzakelijk om sectie te doen op het overleden dier. Tot op heden heeft pathologisch onderzoek op dieren bij wie een verband met Bravecto® werd vermoed, nog geen direct verband kunnen aantonen met dit middel. Dat wil nog niet zeggen dat alle zorgen meteen zijn verdwenen.

We raden dan ook twee dingen aan:
 Als u twijfelt of vragen hebt, bespreek dit altijd met uw eigen dierenarts.
 Verder is het erg belangrijk – en dat geldt voor ieder geneesmiddel – om bijwerkingen of effecten te melden bij de registratiehouder (in dit geval MSD) of het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). De Europese registratieautoriteit (EMA) ziet er vervolgens op toe dat deze informatie op een juiste wijze wordt verwerkt. De registratiehouder zal onderzoeken of de waargenomen effecten het gevolg zijn van toediening van het geneesmiddel.

Wat de onrust rond Bravecto® betreft: het is niet vastgesteld dat dit middel ernstige bijwerkingen tot en met sterfte kan veroorzaken bij honden. Kortom, meld vermoedelijke bijwerkingen altijd bij uw dierenarts of het CBG (College Beoordeling Diergeneesmiddelen). Mocht een dier overlijden en er zijn twijfels over de doodsoorzaak: een pathologisch onderzoek kan uitsluitsel geven. Uw dierenarts kan u meer over zo’n onderzoek vertellen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling Marketing, Communicatie en Multimedia van de faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht via telefoonnummer (030) 2534722, zij kunnen eventueel doorverbinden met dr. ing. Paul Overgaauw.

Reacties zijn gesloten.