Ik kijk regelmatig de ontlasting van mijn huisdier na en zie nooit wormen. Moet ik desondanks regelmatig ontwormen?:”
Deze vraag wordt ons nogal eens gesteld en het antwoord is onomwonden: “JA!”.

Pups worden veelal geboren met spoelwormen doordat de larfjes al via de baarmoeder de ongeboren pups besmetten. Daarnaast kan de zogende teef ook een spoelwormbesmetting overbrengen via de moedermelk ondanks het feit dat zij regelmatig ontwormd is geweest! Daarnaast kunnen vlooien lintwormsoorten overbrengen en zo de pups ook besmetten. Vanaf twee weken leeftijd is het daarom al zinvol om jonge pups te ontwormen.

Het aanbevolen schema voor jonge pups en oudere honden is derhalve:

Op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd, daarna één keer per maand tot de leeftijd van zes maanden. Honden ouder dan zes maanden: elke drie maanden ontwormen; vier keer per jaar dus als routine: dit is een Europese richtlijn

Veel honden hebben een (beperkte) wormbesmetting zonder dat u als eigenaar daar ooit iets van merkt of ziet. De meest voorkomende en voor de mens ook gevaarlijke worm is de hondenspoelworm (spaghetti/elastiek gelijkende diertjes). Mensen kunnen zelfs blind worden door een besmetting met dit soort wormen.
Behalve met de hondenspoelworm kunnen honden ook besmet raken met haakwormen, zweepwormen, lintwormen en hartwormen.
Honden kunnen ook lintwormsoorten overbrengen die gevaarlijk zijn voor de mens (de vossenlintworm; deze komen echter niet vaak voor maar de laatste jaren toch weer aangetoond bij vossen in de grensgebieden (Limburg)

Regelmatig ontwormen is dus van belang voor uw eigen veiligheid, die van uw en andermans kinderen en natuurlijk ook voor uw huisdier!

In de ons omringende landen komen wormsoorten voor die wij in Nederland niet of nauwelijks meer tegenkomen of nog niet kennen.
Tot deze wormen behoren de kleine hartworm (Angiostrongylus Vasorum), de grote hartworm (Dirofilaria Immitis) en de reeds genoemde vossenlintworm (Echinococcus).
Met name het signaleren van de ‘kleine hartworm’ in Duitsland, Denemarken en ook al een enkel geval in Nederland, heeft nogal wat opschudding veroorzaakt. De worm wordt overgebracht door (naakt)slakken en kikkers of het slijm/fecaliën ervan. Gras eten/aflikken dat besmet is, kan dus al een infectie overbrengen.

Hiernaast de cyclus van de Angiostrongylus waarbij overigens de vos ook nog een rol speelt.

(Afbeelding Bayer Animal Health)

Behandeling is mogelijk maar soms beperkt en niet zonder risico’s dus preventie is de enige verantwoorde benadering!